|
|
De regio
Het departement Allier is gelegen in het noorden
van de regio Auvergne in midden Frankrijk en ligt zo'n 300 km
ten zuiden van Parijs. Rivieren, bossen en glooiende wallenlandschappen
maken samen de Allier tot een landschap dat eens de bakermat was
van een Frans vorstenhuis.
De streek Bocage Bourbonnais ligt in het noordwesten van de Allier.
Een gebied waar vooral het Fôret de Tronçais prominent
aanwezig is. Dit grootste eikenbos van Europa is een eeuwenoud
woud waar de Kelten reeds bekend mee waren.
In het wallenlandschap van Bourbon zijn de weilanden van elkaar
gescheiden door heggen met bomen en struiken, de bocages. |
 |
 |
De regio's Auvergne en Centre in het hart van Frankrijk
staan bekend om hun koninklijke verleden. Van de twaalfde tot
aan de veertiende eeuw zijn er kastelen gebouwd, aangepast en
herbouwd. Vestingen, kasteeltjes en vredige landhuizen illustreren
het roemrijke verleden van deze provincie's.
Pas als de renaissance aanbreekt worden de kastelen gewijd aan
plezier en mooi uiterlijk vertoon. De bouwwerken worden hiertoe
aangepast teneinde het dagelijkse comfort van de bewoners te verbeteren.
Dit gebeurt eerst in de buurt van Moulins waarbij de familie Bourbon
een toonaangevende rol speelt.
De gemeente met de grootste 'kastelen-dichtheid' in Frankrijk
is trouwens Agonges, één van de rustplaatsen tijdens
de solex-trektocht. Maar liefst 14 kastelen telt deze gemeente.
|
Een voorbeeld waar het oude verdedigingsbouwwerk
goed bewaard is gebleven en wat later is aangepast aan de renaissance
is Château Ainay-le-Vieil, gelegen op de grens van de Allier
en de Cher. De huidige bewoners hebben Ainay al sinds 1467 in
de familie en hebben het kasteel en bijbehorende tuinen opengesteld
voor het publiek.
Eén van de mooiste ruimtes is de kapel, in 1527 in één
van de torens gebouwd. De plafond-decoratie is sterk beinvloed
door de Italiaanse stijl. De schilderingen op de muren dateren
uit de zestiende en zeventiende eeuw.
De trektocht loopt langs dit kasteel (let op, behalve in juli
en augustus, zijn de poorten tussen twaalf en twee gesloten!). |
|

|
Romaanse kerken zijn er volop in de Auvergne en
Allier, zoals bijvoorbeeld in Saint-Menoux. Het bouwwerk is één
van de zeldzame kerken met een voorportaal van voor het jaar duizend.
Saint Menoux is nog steeds een klein bedevaartsoort voor mensen
die na een bezoek aan de kerk van hun stress- en hoofdpijnklachten
hopen af te zijn. De bordjes "Merci" duiden op vele
dankbaren.
Het noord-westen van de Allier, de Bocage Bourbonnais, is zacht
glooiend tot heuvelachtig en prima geschikt voor rustige solex-ritten. |
De Allier is, zoals veel Franse departementen,
genoemd naar een rivier. De rivier Allier was ooit een belangrijke
verbindingsweg met binnenvaart maar is tegenwoordig vooral een
natuurgebied. Elke zomer nestelen er zo'n 120 vogelsoorten waaronder
de kwak, griel en ijsvogel. Uiteraard beperkt de natuur zich niet
tot de rivier. Roofvogels als de grijze buizerd en zwarte wouw
komen in de hele regio voor alsmede o.a. marters, dassen, eekhoorns,
everzwijnen, edelherten in het Fôret de Tronçais,
ree-en, otters en zelfs de Europese moerasschildpad.
De Allier is met zowel auto als trein binnen acht uur te bereiken.
Met de auto kiest u vanaf Parijs de A6 en A77 richting Nevers
en daarna gaat u nog een klein stukje verder over de N7 richting
departementshoofdstad Moulins. Met de Thalys staat u redelijk
snel op het perron van Gare du Nord in Parijs en vanaf Gare de
Lyon gaat vervolgens een rechtstreekse trein naar Moulins. |

|
|